Een autobiografische setting binnen de context van een grafische roman. New York, Brooklyn. De cartoonist Roz Chast, werkzaam voor The New Yorker, herdenkt haar ouders, die in het eerste decennium van deze eeuw zijn gestorven. Heen en weer geslingerd tussen liefde, haat, vreemde mores en haat en nijd toont zij een meedogenloos beeld van een dominante moeder, die niet in staat is geweest haar dochter lief te hebben. Haar vader is een dementerende goedzak die zijn appartement in hartje Brooklyn niet wenst op te geven. Het moment van het laatste station, het verzorgingshuis is nabij.
Het boek is een unieke potpourri van een stripverhaal, getekende in een semi-realistische stijl, grafische roman, foto?s en schetsen van haar stervende moeder, waarmee de auteur de lezer dicht op de huid zit. Het kleine leed, dat een relatie binnendringt, zoomt in op externe kwesties als te dure verzekeringen, deprimerende zorginstellingen en financi?le sores. De dieptreurige herinneringen weet Chast op relativerende wijze hun plaats in het geheel te geven, gericht op een transformatie naar een positief beleven van de realiteit.
Een te gek boek dat de lezer voortdurend bij de strot pakt.