Peter Pontiac (1951-2015) genoot van het leven, maar was niet bang voor de dood. Toen hij van zijn arts te horen kreeg dat hij nog een beperkte levenstijd had, besloot hij een oud project, een grafische roman over de dood, weer op te pakken. Styx of: De zesplankenkoorts kreeg hij half af. ?Ain?t no cure for the HCV-blues, yet?, staat op de tekening van een skelet met een lever en een wekker die op vijf voor twaalf staat. In januari 2015 overleed Pontiac aan hepatitis C, een bloedinfectie opgelopen in zijn jonge jaren als junk. Pontiac tekende in een undergroundstijl, met veel aandacht voor details.
Hij kreeg voor zijn oeuvre de Stripschapprijs (1997) en de Marten Toonderprijs (2011). Net als in Kraut, een Engels scheldwoord voor mof, over Pontiacs vader, zit in Styx veel van de persoon van de tekenaar. Een mooie vondst is dat de dood een kistweg van veertien staties loopt, zoals Jezus in de Bijbel een kruisweg liep. De met macabere humor getekende halteplaatsen zijn ge?llustreerd met persoonlijke herinneringen en verwijzingen naar (pop)cultuur.
Pontiac kreeg zijn boek dus half af. Wel maakte hij nog schetsen van de veertien kiststaties. Het onvoltooide Styx werd door zijn broer Joost Pollmann aangevuld met een selectie uit brieven en e-mails tussen Pontiac en zijn uitgever en bevriende kunstenaars. Een mooi eerbetoon, maar het onvoltooide alleen had volstaan.