Deze familiekroniek begint in 1815 in Londen waarheen Charlotte en haar broer Christian de Saint-Hubert zijn gevlucht voor de terreur van de Franse revolutie. Omdat ze al hun bezittingen zijn kwijtgeraakt dienen ze op een vernederende wijze in hun levensonderhoud te voorzien: zij als societyprostituee en hij als assistent-duivenmelker. Voorkennis over de afloop van de Slag bij Waterloo ? via De Rothschilds ? maakt Charlotte vermogend en doet Christian in het gevang belanden. Dit is het begin van een intense vete tussen beiden.
De bank is even knap getekend door Julien Maffre als geschreven door Pierre Boisserie en Philippe Guillaume en biedt een inkijk in het ontstaan van de bewegingen van het grote geld en de economische progressie in de 19e eeuw in Frankrijk, de aanleg van spoorwegen, de pacificatie en de ontwikkeling van Algerije. Het eerste deel wordt ingeleid door Jean Dufaux en de twee delen zijn uitgebreid van documentatie voorzien. Beide albums ? in deel 1 domineren de De Rothschilds en in deel 2 maken de De Saint-Huberts elkaar het leven zuur ? zijn gelijktijdig verschenen en deze eerste generatie eindigt in 1848. Deel 3 en 4 (in voorbereiding) gaan over de tweede generatie en bestrijken de periode 1857-1871. De tekeningen in dit tijdvak zullen worden verzorgd door Malo Kerfriden. Deze voorbeeldige reeks zal zich ? volgens de tekst op de achterzijde ? voortzetten tot het einde van de 20e eeuw. Als de kwaliteit van de volgende delen zich kan meten met de eerste twee is dit een uitermate prettig vooruitzicht.