Strips met kinderen in de hoofdrol werken vaak vertederend. Kinderen kunnen in hun na?viteit rake dingen zeggen over de wereld van de volwassenen. In een strip kan de kinderwereld een afspiegeling van de grote mensenwereld zijn, waardoor een platform ontstaat voor satire en milde maatschappijkritiek. Een bekend voorbeeld hiervan is Peanuts van Charles Schulz. Andere humorstrips waarin de wereld vaak door de ogen van een kind wordt bekeken zijn ondermeer Miss Peach (Kruimels) van Mell Lazarus, Tijger van Bud Blake en Bollie en Billie van Roba. De onlangs in Nederland uitgebrachte strip Titeuf van de Zwitserse tekenaar Zep valt ook in bovengenoemde categorie. Titeuf was in andere Europese landen al een succes en nu heeft Gl?nat in Nederland maar meteen twee delen op de markt gebracht. De strip wordt voorgepubliceerd in het uit Sjosji voortgekomen blad Striparazzi. De gagstrip heeft ook qua tekenstijl een overeenkomst met Peanuts: de figuurtjes hebben grote hoofden op kleine lichaampjes. Wat men echter bij Charles Schulz niet tegenkomt en bij Titeuf wel zijn grappen over kots, pies, poep, puisten en seks. Titeuf is realistischer, harder en (uiteraard) moderner: het jongetje Titeuf heeft een hanenkamkapsel en is dol op gewelddadige video-games. Het eerste deel van de reeks komt wat traag op gang, met voorspelbare grappen over seksuele voorlichting. Het komt er vaak op neer dat Titeuf in zijn onschuld confronterende vragen stelt over seksualiteit en hiermee de volwassenen in verlegenheid brengt. Leuker zijn de gags waarin Titeuf met halve waarheden over de natuur en de menselijke constitutie op de loop gaat en zich onnodig boos of angstig maakt, tot verbazing van zijn ouders. Verder laat Zep onverbloemd zien hoe hardvochtig kinderen op het schoolplein met elkaar omgaan. Kinderen met afwijkende kenmerken worden keihard uitgelachen en argeloze kinderen worden door pestkoppen in de val gelokt. Titeuf doet hier vrolijk aan mee, maar ook hij krijgt zijn deel: als hij zich kwetsbaar opstelt en verkering probeert te krijgen, wordt hij steevast belachelijk gemaakt. De tekenaar spaart de lezer geen enkel onsmakelijk detail: er wordt gekotst, ge?xhibitioneerd, luidruchtig getoiletteerd en men slaat elkaar ongedwongen op de ogen. Kortom, de lezer krijgt een niets verhullend beeld van wat er zich zoal tussen kinderen van acht jaar afspeelt: thuis, op straat en op school. Het is humor voor de liefhebber en dat zal niet zozeer het kind zijn, maar eerder de volwassene die met weemoed terugdenkt aan zijn kinderjaren.